Ronde vraagprijs woning levert nu meer op

Woningprijzen lijken soms op supermarktprijzen. Verkopers zetten een woning vaak te koop voor 249.000 in plaats van 250.000. In een krappe woningmarkt, waarin vaak overboden wordt, werkt dat averechts voor de verkoper. Dat blijkt uit onderzoek van de UvA.
Het is een bekende makelaarswijsheid dat kopers bij niet-ronde bedragen dichter op de vraagprijs bieden. Die wijsheid blijkt echter alleen voordeel voor de verkoper op te leveren in een kopersmarkt, waar zelden de vraagprijs gehaald wordt. In de huidige markt, waar overbieden normaal is, blijven kopers ook dichter bij de vraagprijs als dat een niet-rond bedrag is.
Uit het onderzoek komt naar voren dat mensen geneigd zijn een rond bedrag te bieden op een ronde vraagprijs, en een niet-rond bedrag op een niet-ronde vraagprijs. De Nederlandse onderzoekers hebben die bevindingen naar de praktijk gebracht. Ze keken naar alle verkopen uit 2017 van NVM-makelaars in Amsterdam. In dat jaar werd 70 procent van alle verkochte woningen in de hoofdstad boven de vraagprijs verkocht. Op huizen die een vraagprijs hadden afgerond op een tienduizendtal, werd gemiddeld 0,6 procent meer geboden dan een prijs afgerond op een duizendtal. Op een woning van 350.000 is dat verschil bijna 2.099 euro.